De geheime logica van de bezoeker

Toegankelijkheid op websites is belangrijker dan ooit. Aan ambitie bij overheidswebsites geen gebrek, maar de online dienstverlening valt in de praktijk vaak tegen. Bestuurlijk optimisme zorgt voor grote en ingewikkelde websites die het eigen aanbod centraal stellen. Kwaliteitseisen ontbreken, evenals een visie en een strategie. 60% van de Nederlanders heeft moeite met het begrijpen van overheidsinformatie. 20% heeft moeite met lezen in het algemeen. En 9% is niet eens online te bereiken. Webprofessionals en internet-grootverbruikers, vergeten snel hoe het is om niet zo vaardig op het web te zijn. Toch is het hun taak om de onbekende bezoeker, de lezer, de klant als uitgangspunt te nemen. Die bepaalt namelijk of je boodschap goed overkomt.

In Het Geheim van de Overheidswebsite onthullen Wiep Hamstra (1971) en René Notenbomer (1972) de wondere wereld van de webrichtlijnen voor webprofessionals en andere belanghebbenden. Webrichtlijnen zijn dè succesfactor voor overheden die actief zijn op het web. Sterker, het is tevens een succesfactor voor commerciële bedrijven (ook die hebben ruimhartig aan het boek meegewerkt).

Continue reading “De geheime logica van de bezoeker”

Het belang van de digitale advocaat (3)


In eerdere postings over Het belang van de digitale advocaat is duidelijk geworden dat advocatuur in essentie mediacultuur is. Dat komt omdat zij gebruik maakt van taal, waarbij het onverschillig is of dit geschreven, gesproken of een beeldtaal is. Elke taal maakt gebruik van media om gehoord of gezien te worden. Soms kan dit als bewijs worden aangemerkt. In de advocatuur als bewijs van schuld of onschuld. In marketing en communicatie als proof of failure of proof of excellence.

Een échte jurist is voortdurend bezig om gezichtspunten en belangen tegen elkaar af te wegen. In die zin is hij een soort van politicus en een evenwichtskunstenaar (schreef Bob Woodward onlangs over Obama). Hetzelfde geldt voor filmmakers. Laten we hier even bij stilstaan: geen enkele film (of foto) opname is neutraal. Ieder beeld begint met het kader. In filmtaal noemen we dat bijvoorbeeld: Long shot: Een long shot geeft het personage een prominente plaats in het omringende decor. Medium shot: Een medium shot kadreert het lichaam ter hoogte van het middel. Medium close-up: Een medium close-up is een shot van een buste tot aan de schouders of de borstkas. Extreme close-up: Een extreme close-up isoleert een detail, bv. een oog of een mond. Er bestaan nog meer typen kadrering en Europese en Amerikaanse filmmakers verschillen in naamgeving en inhoud. We hebben het nog steeds over (beeld)taal! Continue reading “Het belang van de digitale advocaat (3)”

Het belang van de digitale advocaat (2)

Bij de introductie van de serie Het belang van de digitale advocaat deed ik de belofte om vanuit het perspectief van marketing en communicatie te kijken naar het fenomeen Advocaat en Film. Het verschijnsel staat ook bekend als de digitale advocaat of de nieuwe advocaat (het begrip film staat gelijk aan digitale film of video). Vandaag begin ik met mijn vooronderzoek. Ik ga op zoek naar de kern.

Om te beginnen zijn er voor mij twee uitgangspunten:

– het gebruik van film in de rechtszaal (deze vorm van vertoning kent een bepaalde mate van privacy).
– het gebruik van film buiten de rechtszaal (in de publieke ruimte, bijvoorbeeld op televisie en internet).

Belangrijk is te begrijpen welk doel advocaten met het gebruik van digitale media voor ogen staat. Binnen de rechtszaal zal het belang van de client leidend zijn. Daarbuiten zal ook het belang van de advocaat zelf nog sterker meespelen. Digitale media zijn gemakkelijk en snel met belanghebbenden te delen. Op welk moment dit gerechtvaardigd is blijft een punt van discussie en soms van ethiek.

Eén feit dat zeer opvallend genoemd mag worden is de enorme toename van documentaires en programma’s rondom de rechtspraak. Ook rechters en vertegenwoordigers van het openbaar ministerie hebben hierin steeds vaker de hoofdrol. Ik noem er een paar: Holland Doc: ‘Verdacht en voorlopig vast‘ van Jan Kalsma, ‘De Rechtbank‘, een serie programma’s van de EO. En natuurlijk ‘Advocaten met de ziel onder de arm‘ de geruchtmakende serie interviews van Coen Verbraak met 12 top strafpleiters. Dan is er: ‘De Rijdende Rechter‘, minder geruchtmakend, maar wel laagdrempelig. Hiernaast zijn er tal van andere programma’s over het onderwerp, al dan niet ook te zien op internet. Ter afsluiting noem ik een naam uit de misdaadjournalistiek: Peter R. de Vries.

Is mediatraining voor een advocaat tegenwoordig een vereiste?
Rechtspraak staat in de belangstelling. Of dit een spontaan verschijnsel is blijft de vraag. Het lijkt er op dat de advocatuur, de rechterlijke macht en het openbaar ministerie middels een goed doordachte vorm van openheid, gezamenlijk een charme offensief zijn gestart. Want ook al is film over rechtspraak populair, zorgen misdaadseries op TV voor hoge kijkcijfers, is misdaad een geliefd onderwerp in fictie en non-fictie, de mores van de rechtspraak zelf is allerminst populair bij de gemiddelde burger. Die voelt zich regelmatig in de steek gelaten door de rechtsorde. Het is dan ook de vraag of film in (en buiten) de rechtszaal daar verandering in brengt. Hoogstens zorgt voorlichting voor meer begrip van achtergronden van deze problematiek.

Opvallend is ook de hoeveelheid strafrecht in genoemde media-producties. Civielrecht kom je hoogstens tegen in het programma De Rijdende Rechter, bestuursrecht komt er over het algemeen bekaaid vanaf. Zij het dat advocaten uit dit vakgebied zich steeds vaker (met video) profileren en positioneren op internet. Desondanks zou je je kunnen afvragen of strafrecht advocaten het meeste belang hebben bij het gebruik van film? En in welke mate mediawijsheid in dit kader een pré is en of mediatraining voor een advocaat tegenwoordig een vereiste is? Voeg daar aan toe: kennis van film en filmtaal, voor en achter de camera. We komen terug op dit laatste.

Advocaten gebruiken steeds vaker film in en buiten de rechtszaal. Om het belang van de client en hun eigen doelstellingen ruimschoots te kunnen behartigen. Ook rechters en OM maken in en buiten de rechtszaal gebruik van film om hun belangen te behartigen. Het gebruik van documentaire film in het kader van de rechtspraak of als public relations voor de rechtspraak is de laatste jaren usance. Het juridische métier mag zich bovendien sinds jaar en dag verheugen in ruime belangstelling van de pers. De verspreiding van thema’s en onderwerpen via (digitale) film heeft een belangrijk voordeel. De techniek sluit naadloos aan bij de huidige mediacultuur. Daardoor vormt verdere verspreiding via reguliere media en of andere kanalen, geen obstakel. Een kwestie van cut-and-paste. Of dit een voordeel is valt volgens insiders te betwijfelen.

Strafrecht staat vanaf het begin van de menselijke cultuur in de belangstelling. Niet alleen willen we weten wat daders drijft, maar ook wat recht en genoegdoening is. Dat laatste geldt ook voor civielrecht en bestuursrecht. Strafrecht spreekt echter als vanouds meer tot de verbeelding. Digitale film kan daarbij ook op diverse manieren bewijsmateriaal zijn of worden. Zo worden tegenwoordig ook verdachten opgepakt die de ijdele moed hadden een zelf gefilmd misdrijf waar ze de hoofdrol in spelen op YouTube te plaatsen.

Advocatuur is per definitie een kwestie van belangenbehartiging. Die belangen worden gediend met een goed verhaal. Overtuigen staat dus voorop. Film is niet alleen een middel dat kan overtuigen, het is een taalspel dat aansluit bij de retorica van het pleidooi. Hoe taal en beeldtaal functioneren komt de volgende keer aan bod.

Is het gebruik van film in de rechtszaal nieuw? Nee, maar wel van recente datum als het om digitale media gaat. Dat de Universiteit van Utrecht dit jaar een Summerschool wijdt aan het fenomeen filmtaal voor advocaten laat zien dat de ontwikkelingen op dit gebied snel gaan. Niet enkel een kwestie van innovatie, maar ook gedragen door het feit dat advocaten steeds vaker als ondernemer opereren.

Een veranderend vakgebied vraagt om andere vormen van marketing en communicatie. Het gebruik van film is er een van. Sociale Media als weblogs en Sociale Netwerken een andere. Met nadruk je bedrijf profileren en positioneren was tot voor kort onontgonnen terrein voor veel advocaten. De Orde van Advocaten was hier qua regelgeving behoudend in. Echter, genoemde ontwikkelingen zijn inmiddels een feit. De vraag blijft: hoe ver je mag gaan? Waar liggen de grenzen? Is advocatuur in essentie altijd al een mediacultuur geweest? De volgende posting in deze serie gaat hier dieper op in.

Het belang van de digitale advocaat (3)
Het belang van de digitale advocaat (2)
Het belang van de digitale advocaat (1)

Het belang van de digitale advocaat (1)

Onlangs werd ik door film-in-de-rechtzaal-pionier Jaap Bakker gevraagd om na te denken over een mogelijke bijdrage aan de Summercourse Visual Legal Advocacy (Het visuele in juridische belangenbehartiging) aan de Universiteit van Utrecht. Dit naar aanleiding van mijn Column De Tao van Communiceren, in het bijzonder vanwege de constatering dat communicatie alleen werkt als de ontvanger er belang bij heeft.

Als propagandist van een nieuwe werk- en denkwijze komt een pionier als Bakker veel onbegrip tegen. Ondersteuning van zijn nieuwe ideeën komt vaak uit onverwachte hoek. Zo werd in februari 2009 in Rotterdam de eerste Digitale Zittingszaal van Nederland geopend. Rechters, Officieren van Justitie en advocaten kunnen in de zittingszaal gebruik maken van hun eigen en gezamenlijke digitale dossiers. Voor advocaten is er een gratis draadloze internetverbinding. Alle procespartijen kunnen processtukken, zoals tekstbestanden, videobeelden, foto’s, geluidsopnamen en omgevingskaarten zien en met elkaar delen. Ook de Universiteit van Utrecht sluit nu aan op deze trend (inmiddels door Bakker De Nieuwe Advocaat gedoopt) door de lancering van het programma van de Summerschool (pdf). De cursus is gericht op het werken met film als instrument om juridische argumenten te visualiseren.


Continue reading “Het belang van de digitale advocaat (1)”

Omhoog ↑